Arbeidsmarktcommunicatie 2.0
Ik was in gesprek met Bedrijf X. Tegenover me zat de Chief HR Officer. Een vriendelijke man met een mosgroen pak en pennen in het borstzak van zijn overhemd.“Ik denk dat het de krapte in de arbeidsmarkt is”, zei hij. Hij legde uit dat het niet aan het product lag, niet aan de technologie en niet aan de arbeidsvoorwaarden. Want dat hadden ze, producten, technologieën en arbeidsvoorwaarden. Ze hadden al een paginagrote wervingsadvertentie geplaatst in de Telegraaf. En toch was er niet één postacademisch opgeleide .NET specialist van 27 met 12 jaar werkervaring op afgekomen. Het was een waar mysterie.
Aan bedrijf X lag het dus niet. Aan het gekozen medium ook niet, want de Telegraaf heeft een enorm bereik en met een paginavullende full colour advertentie op zaterdag bereik je iederéén. Aan de advertentie lag het ook niet. Die was opgemaakt door een echt reclamebureau en het was een wonder dat die jongens al die woorden er in hadden gekregen. Aan de tekst lag het ook niet. Het begon met een verhaaltje over Bedrijf X en dat ze flexibel zijn en dynamisch en professioneel en gericht op kwaliteit. Een echte partner in ICT. “Partner, dat doet het altijd goed”, zei de Chief HR Officer. “Dat zei de Chief Marketing Officer. En die kan het weten, want hij doet dit werk al bijna veertig jaar. Alleen heette hij toen nog Chef Communicatie.”
Op het stuk over de flexibele kwaliteit van bedrijf X volgde de vrolijke melding dat er door een reorganisatie een vacature was ontstaan voor een Sr. .NET Specialist. Daaronder een overzicht van taken en verantwoordelijkheden, de plaats in de organisatie en uitleg aan wie de Sr. .NET Specialist rapporteert. Want dat houdt Sr. .NET Specialisten enorm bezig: wat hun plaats in de organisatie is en aan wie ze rapporteren.
Daarna kwam het stuk van Eisen. Een halve pagina was dat ongeveer. Daarin werd verteld wat de potentiële kandidaat moest kunnen en weten. De absolute basisvereisten bestonden uit twaalf specialistische kennisgebieden waarvan de gemiddelde Sr. .NET Specialist nog nooit van gehoord heeft, maar de Chief Executive Officer had gezegd: “Wie er desondanks verstand van heeft zal wel echt goed zijn.” Certificaten voor technologieën die elk moment ontwikkeld kunnen gaan worden waren een pré.
De voorlaatste alinea beschreef de sollicitatieprocedure: een eerste gesprek met een Regional Sales Manager, een tweede gesprek met een andere Regional Sales Manager en een Jr. HR Executive, een derde gesprek met de landelijk directeur, een assessment, een evaluatie van het assessment, een gesprek met de Chief Executive Officer en ten slotte een gesprek met het ontwikkelteam. Ergens na dat laatste gesprek zou, in het geval iedereen een positief oordeel had gegeven, een aanbieding gedaan worden.
Helemaal onderaan, tussen de uiteenzetting van de procedure en ‘Acquisitie op basis van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld’ stond het hoofdstuk dat de kandidaat van zijn sokken zou blazen, zou overtuigen van het feit dat dit de werkgever van zijn dromen was en dat hij liever nog gisteren dan vandaag zou starten bij Bedrijf X:
“Aanbod: een marktconform salaris en goede arbeidsvoorwaarden.”
“Ach, er was wel degelijk Return on Investment,” had de Chief Financial Officer gegrapt,“want we hadden twee brieven ontvangen.” De eerste was van een detacheringsclub die nog wel een bankzitter wist van 63 jaar, tegen een wervingsfee van 25% over het bruto jaarsalaris plus vakantiegeld. De tweede begon met: “Geachte L.S. Ik weet ook wel dat ik niet de goeie papieren heb maar ik heb sollicitatieplicht.”
Beide kandidaten gingen niet door naar de eerste gespreksronde, maar er was geen man overboord. De Chief HR Officer had namelijk van de Chief Information Officer gehoord dat Bedrijf X druk dingen virtueel aan het implementeren was en in de uitvoeringsfase zelfs digitaal zou gaan met de arbeidsmarktcommunicatie. Het was een kwestie van weken. Dan konden ze op Monsterboard.
South Park Facebook
Hahahahahaha. Verboden Wehkamp commercial rules!
De Recruiter
-Ik heb een heel goed gesprek gehad.
-Dat dacht ik al. Je was tweeëneenhalf uur weg.
-Ja, maar het was ook een heel goed gesprek.
-Fijn. Goeie kandidaat dus?
-Ja, heel.
-Wat kan hij?
-Hij is heel flexibel en hij heeft geen 9-tot-5 mentaliteit.
-Okee. Maar wat kan hij?
-Nou, hij heeft heel sterke zachte criteria.
-Wat?
-Ja. Daar recruiten we ook op. Jij denkt alleen maar aan sales, maar in deze markt moet je verder kijken dan alleen de harde specs.
-Okee, prima. Maar wat kán hij?
-Hij is goed met techniek…
-Ja. We detacheren hoogopgeleide ICT-ers. Dan is dat een redelijk veilige aanname als iemand hier komt solliciteren, denk je niet?
-Hoho. To assume is to make an ass out of…
-Vertel me nou gewoon wat hij ka-han.
-O ja. Hij heeft zijn MCSE certificering bijna af en hij heeft HBO denkniveau.
-Want dat blijkt uit…
-…wat hij net zei.
-En dat kan hij aantonen door….
-…dat het in zijn cv staat?
-Okee, recruitert, laten we opnieuw beginnen. Ik heb gisteren een derdelijns specialist nodig. Jij ging die zoeken. En tweeëneenhalf uur geleden zei jij tegen mij: ‘Ik ga zo een toppertje voor je binnenhalen.’ Waar of niet waar?
-Waar.
-Was dit die topper?
-Bijna.
-Wat mist hij, behalve kennis en ervaring?
-Beschikbaarheid.
-En waar heb je het dan al die tijd over gehad?
-Hobbies.
-Want?
-Je weet maar nooit.
-…of je volgende week een aanvraag krijgt voor iemand die niks kan?
-Bijvoorbeeld.
-En dan zitten we bij jou goed.
-Precies!
The Office 2.0
-Hee met mij. Ik bel je straks even terug.
-Okee. Waarom bel je me nu dan?
-Ja, automatisme. Maar het is makkelijker per mail.
-Dus je belt me om te zeggen dat je me gaat mailen?
-Ja, eigenlijk wel.
-Wat enorm multimediaal van je. Waar kan ik je zoeken? Zakelijke mail?
-Nee, het is niet echt zakelijk.
-Hotmail dus.
-Ja, weet ik niet. Het is ook niet echt iets voor hotmail.
-OK. Heb je er emoticons bij nodig?
-Hm…ja ik denk het wel. Anders gaat de intonatie al gauw verloren he?
-De intonatie die je in een telefoongesprek wel hebt bedoel je?
-Ja.
-Ah. Okee.
-Ja, lastig he?
-Tja. We komen er wel. Sec emoticons of ook pictogramdingen?
-Wat zijn pictogramdingen?
-Die regenbogen en schapen en poppetjes die ballen overgooien en dat mannetje met het gekke haar enzo.
-Oja. Ik denk een regenboog en een mannetje met gek haar. En misschien die met die bal overgooien.
-Ja dat kan dus niet. De regenboog zit in MSN, het haar in Skype en die met de bal is de kwekker.
-Is dat Facebook?
-Hyves.
-O ja. Nou, ja gewoon die jaren nul emoticons kunnen misschien ook wel. Het gaat vooral om de basisemoties natuurlijk.
-Dan kun je me dus ook gewoon een sms sturen.
-Ja. Nee, want ik wil wel een beetje beleving erin. Een soort soundtrack.
-Zoals je nu de Black Eyed Peas heel toepasselijk op de achtergrond aan hebt?
-Hoe weet je dat? Het geluid staat uit.
-Je bent online op MSN en daar staat dat je daar nu naar luistert.
-O. Fuck. Ja dat is natuurlijk gekoppeld aan iTunes. Nee het wordt geen “I got a feeling” gesprek. Maar ik moet dus wel iets met YouTube.
-Uiteraard. Een filmpje of een link?
-Wat heb jij liever?
-Een link is ook wel o.k.
-Nou, een link it is.
-Wil je me veel vertellen?
-Nah……120 tot 130 tekens-ish?
-OK. Tweet me. Ik ben zo ff van mijn plek maar no worries. Ik heb ook een app.
-Dat is goed. Als het niet lukt bel ik je wel even terug.
-Schat, ik zit tegenover je. Je kunt het ook zelfs gewoon in het echt zeggen. Twitter is ook weer zichtbaar op LinkedIn. Misschien niet handig.
-O jaaaaa. In het echt! Hoe oldskool! OK, ik moet nu hangen. Ik moet even bij iemand langs.
-Is goed. Bye.
=======================
-Hi.
-Hey, jij was lang aan de telefoon zeg. Ik wou wat met je bespreken.
-Shoot.
-Of je mee gaat een peuk roken.
-Ja is goed.
Best trailer ever!
Ted Talks: Elizabeth Gilbert: A new way to think about creativity
Het stomme woord van de dag: 'Integraal'
"Daar moet nog iemand een plasje over doen."
Het stomme woord van de dag is ‘integraal’. Op zich niks mis mee, als je het hebt over de limiet van de som van onbepaald afnemende termen wiskundige tekens of –en ook deze heb ik heus niet van Van Dale Taalweb geplukt- de Nederlandse staatsschuldbrief met gegarandeerde rente. Wat ‘integraal’ stom maakt, is de manier waarop het meestal wordt toegepast. Namelijk door mannen gekleed in pakken met manchetknopen, overhemden met hoge driedubbele boorden en zelfvoldane grijnzen. Mannen die nergens voor geleerd hebben [meestal hebben ze Commerciële Economie gedaan] en niks kunnen, maar zichzelf desondanks Consultant of Projectleider mogen noemen. Mannen die overdadig zijn in het gebruik van aftershave en gel en minder in nederigheid of aangeboren intellect. De types die het thuis nog net voor elkaar krijgen dat ze op zondagavond een uurtje ongestoord naar sport mogen kijken, maar op de vrijdagmiddagborrel -die ze vrijmibo noemen- doen alsof ze verdelen, heersen, komen, zien en overwinnen in welke sociale of professionele situatie dan ook.
Snorren drukken
Dat soort heren gebruikt dus het woord ‘integraal’. Nooit in wiskundige of economische toepassing. Altijd om domweg slim te lijken of enorm de snor te drukken. Ze zeggen dingen als ‘Laten we dat traject integraal oppakken’. Dat betekent niet dat het traject integraal wordt opgepakt. Het betekent: “Luister, ik weet wel dat ik het al lang had moeten doen maar ik heb helaas geen zin. Ik gebruik nu het woord integraal, zodat jullie begrijpen dat jullie het werk gaan doen en ik volgende maand tijdens de borrel op het hoofdkantoor de CEO ga vertellen hoe goed ik alle shit integraal heb geïmplementeerd.”
Implementeren
Implementeren is er ook een trouwens. Een overgankelijk werkwoord is het zelfs. Indien uitgesproken door een man met overbodige boorden op zijn overhemd en een overbodige grijns op zijn hoofd, wordt implementeren gebruikt als de illusie gewekt moet worden dat er iets gaande is waar in werkelijkheid niemand nog een ene reet aan heeft gedaan. En als het allemaal veel langer duurt dan de klant bereid is op nacalculatie te betalen. Dat de klant gaat betalen is overigens een feit, want daarvoor hebben we het als vage stelpost opgenomen in het project. Dat is de projectfase die we opnemen om improductief gestuntel facturabel te maken.
Een garantie dat het implementatietraject integraal niet opschiet is het moment waarop iemand zegt:
“Daar moet nog iemand een plasje over doen.”
Persoonlijk verlies ik mijn respect al wanneer een onschuldige moeder aan een nog onschuldiger peuter vraagt of die nog een plasje moet doen. Kun je nagaan wat het met mijn medemenselijkheid doet wanneer een veertiger met Boss-broek, Blackberry en bierbuik over plasjes begint.
Ik ga hem dan direct heel actief negeren. Maar de pest is natuurlijk dat hij het niet doorheeft als hij actief genegeerd wordt. Ik haat hem dan 2 seconden in stilte, want als ik dat langer doe voel ik me schuldig en ben ik bang dat ik ga branden in de hel waarin ik niet geloof maar je weet maar nooit. Bovendien: hoe belangrijk kan het zijn? Wat schiet je ermee op als je negatief oordeelt over mensen, alleen maar omdat hun taalgebruik je misselijk maakt? Hoe oppervlakkig ben je dan? Nou, heel. Ik dus vooral. Ik vind je namelijk oprecht minder leuk als je ‘gezellie’, ‘doe-doei’ of ‘toppie’ zegt. Vooral als je een man bent. Al die woorden mag je wat mij betreft integraal consolideren voor implementatie elders. OK? Toppie.
Het stomme woord van de dag: 'Vet'
"Gast, Lowlands was fokking vet gruwelijk."
Het stomme woord van de dag is ‘vet’. Niet vet in de zin van ‘Mijn vader vindt van zijn hele speklap het vet het lekkerst’ of ‘Als je je haar twaalf dagen niet wast wordt het een beetje vet’, maar:
"Gast, Lowlands was fokking vet gruwelijk."
En daar heb je gatverdamme meteen met terugwerkende kracht de woorden van fokking gisteren en eergisteren [gruwelijk].
Er zijn uitzonderingen: Als je na 1980 geboren bent, vind ik je niet stom als je vet zegt. [Nou ja, misschien vind ik je wel stom, maar niet omdat je vet zegt. Waarschijnlijk omdat jij wél op je tweeëntwintigste de halve wereld al hebt gezien en al je vrienden minimaal een halfjaar hebben gebackpackt in Australië. Dat jij met een stalen gezicht je ouders kunt melden dat je een bachelor gaat doen in 'Vrijetijdskunde' en dat zij daar dan collegegeld voor betalen. En dat jij nog drie nachten zonder slaap kunt zonder er daarna uit te zien als een heroïnehoertje, maar dat is wat anders.]
Ben je ouder dan 29 en gebruik je met enige regelmaat het woord ‘vet’, dan vind ik je stom. Gebruik je ‘vet’ in combinatie met ‘fokking’ of met ‘gruwelijk’, dan vind ik je heel stom. Gebruik je ze allemaal, dan vind ik je überstom. [Lekker boeien trouwens]
Op Lowlands hoorde ik dus iemand van ruim in de dertig uitroepen hoe ‘vet cool’ camping 3 was. Kijk. Verkeerde camping, verkeerde woorden en verkeerde combinatie. Zelfs mijn meisje van net vijf vindt dat de combinatie ‘vet’ en ‘cool’ echt niet meer kan als je ouder bent dan vier. [Maar zij vindt ook dat ik haar niet meer naar school mag brengen in destroyed jeans. En ongetwijfeld ook dat ik het Engels niet onnodig quasi-hip moet gebruiken om uit te drukken dat ik een versleten spijkerbroek aan heb maar daar graag heel interessant over doe].
Maar dit is geen kleuter. Het is een dertiger met vrouw, kind, hypotheek en lidmaatschap van de ANWB, die overal roept dat hij altijd veel jonger geschat wordt. Mogelijk zei hij het onder invloed van veel coke, maar dat vind ik geen excuus. Ik werk in de reclame. Als coke legaal was, zou Tony Montana de persoonlijke mascotte van de bureauwereld zijn. En er zijn een hoop reclamejongens die een hoop stomme dingen zeggen, maar niemand komt weg met ‘Dat was ik niet. Dat was de coke.’ En zeker niet als ze het woord ‘vet’ in de spreekwoordelijke mond nemen. Dus die dertiger die denkt dat hij eruit ziet als een twintiger heeft ook geen excuus. Sterker nog, toen hij dat net iets te hard riep, werd hij meewarig aangestaard door een tienermeisjesduo met precies dezelfde skinny jeans, Adidasjes, tanktopjes en fluorescerende nagellakjes. Ik zeg duo, omdat het meisjes zijn die altijd exact hetzelfde aantrekken als hun vriendinnetjes. En ik gebruik geheel tegen mijn zin verkleinwoorden, omdat hun maten zo verdomde klein zijn. Ze doen me denken aan een tijd lang vóór Bush, toen ik wanhopig uitriep dat het belachelijk was dat de 501 niet gemaakt werd in maat 27/36. [Voor de hierboven beschreven meisjes: Bush was de Amerikaanse president voor Obama en jaren eerder, in de eerste Golfoorlog [ja, er waren er twee], regeerde zijn vader, Bush sr. Daarvóór droeg je -als je echt heel vet was maar niet dik- de 501 van Levi’s. Levi’s ja. Een van de oudste jeansmerken aller tijden. Worden vanzelf weer retro en dan wil jij de vintage hebben en niet de remake, dus ga nu vast naar Episode.]
Zelf blijf ik vooral hangen in de woorden die in de eerste uitgave van Kuitenbrouwers ‘Turbotaal’ staan. ‘Gaaf’ heb ik mezelf gelukkig afgeleerd. Maar voor ‘onwijs’ en ‘te gek’ heb ik nog geen waardige vervangers. Terwijl ik ‘te gek’ toen al stom vond. Nu vervang ik die wel eens door ‘waan-zín-nig’, maar alleen als ik ergens enorm enthousiast over ben. En dat is ook best suf. Maar ik vind dat je woorden uit je eigen jeugd moet koesteren. Dus vond ik Kyteman waanzinnig, was mijn auto onwijs kwijt en vond ik verder alles te gek. Woorden lenen van mensen van een generatie die ik nu al niet meer kan bijhouden heb ik niet zo nodig. Ik hoef niet jonger te klinken. Maar ik zie er dan ook uit als zesentwintig.
Reclamechick
Maart 2006. Nou, daar zit je dan met je grote bek. Opdracht binnen. Me-ga-klus. Je hebt die enorme grijns precies kunnen uitstellen tot je de hoek om was. Zo makkelijk kan het toch niet zijn? Je maakt kennis. Zij hebben een probleem. Jij luistert. Veert mee. Vraagt door. En roept wat. En dan win je dus ineens die pitch die andere bureaus bij deze verliezen. Grotemensenbureaus met leren stoelen en secretaresses, waar iedereen praat in ‘opportunities’ en ‘greenfields’. En hoe ga je dat precies waarmaken? In je eentje ja. Mevrouw de directeur. Kijk eens om je heen… afwas, ongeopende post, ontbijtborden. Vier verschillende To Do lijsten. En die fles wijn van toen je gisteravond ineens een briljant idee dacht te hebben en drie uur langer achter je laptop bent blijven hangen dan je je voorgenomen had. Please step into my office. Heel reclame, met je minimalistische retro styling. Die anderen zouden typeren als lelijke Marktplaats shit. Dus je hebt een laptop en een telefoon en een auto. Dat is het wel hè? O ja, en twaalf opdrachtgevers. Dat dan weer wel. Dus. Fuck it. Die heren directie vragen namelijk niet om je cv. Als jij binnenstapt zien ze niet je terminale Fiat die één reanimatie verwijderd is van de sloop. Weten zij veel dat je een whizzkid naar keuze met een iBook belt zodra het ineens meer vorm is dan copy, concept of communicatie. Of dat het jou ook verbaast dat je blijkbaar talent hebt voor positioneringstrajecten en marketingplannen. Ze vragen alleen voor wie je nog meer werkt. Ha! En dan ben je er al? Dus omdat jij voor wat grote jongens mag werken ben je goed? Ja dus. Met je grote bek.
Oktober 2007. Niets is veranderd. Van 12 opdrachtgevers naar 27. Van ZZP’ers naar multinationals. Van brochuretekst naar corporate image. Van solo-vlucht naar bevlogen nieuw talent. De inspiratie groeit. De verbazing blijft. Gelukkig.
November 2008. Niets is veranderd. Van 27 opdrachtgevers naar 50. Naast multinationals ook creatieve samenwerkingsverbanden, ideële initiatieven en literaire oefeningen. Imago's en identiteiten, persoonlijkheden en personages. Nieuwe kennis, nieuwe talenten. En de inspiratie wordt alleen maar groter. De verbazing ook. Ons werk is nog steeds geen werk. Gelukkig.
December 2009. De terminale Fiat uit 2006 werd in 2008 een brandweerautorode übercoole BMW 1602 uit 1973. En in 2009 net zo snel weer een suffe verzekeraarblauwe Citroën station uit 2000. Want hoewel je de meester van de vluchtstrook bent in die BMW, wil je uiteindelijk toch ergens naartoe. En dat willen we. Dus met ingang van nu is het afgelopen met de interessantdoenerij. Want je kunt moeilijk ander resultaat verwachten als je je gedrag niet verandert, nietwaar? Dus. &CO doet niet meer mee aan de buzzwoorden, gebakken lucht, bullshit en blablabla. Alle onzin eruit. Da's namelijk veel leuker. En toch blijven we groeien. Maar dat vinden we niet zo erg. Want later als we groot zijn wilen we natuurlijk wel weer een rooie oldtimer. Eentje die rijdt.