Geen grappen nu. Stilte. Een waas van concentratie. Eventjes, maar onmisbaar. De één trekt z’n giletje iets gladder, de ander vouwt de gesteven diendoek alvast over z’n arm. Secuur. We zijn er klaar voor (ook Rick, die van onze projectmanager nog op z’n donder kreeg, omdat hij zijn schoenen niet goed genoeg gepoetst had). De druk stijgt. Trilt in de lucht. Tussen ons in. Eén voor één glijden de borden de pass op. De laatste millimeters saus druppelen neer. Met architectonische precisie. De stem van de projectmanager doorbreekt de spanning. “Tien borden: Tafel 8! Twee 3‘tjes, twee 2’tjes.” We rechten onze rug, hoofd op, kin ingetrokken. Pakken de borden. Uiterst voorzichtig. Maar, wacht! Nienke mist een speciale pièce voor een gast met een glutenallergie. Net op tijd. We lopen naar de tafel. In gelijke tred, ritmisch. Een geoliede machine is een cliché. Het is meer. Logistieke perfectie, daar gaat het nu om. Eén voor één plaatsen we ons achter een gast. Een seconde rust. Voor anderen onmerkbaar, voor ons cruciaal. We wisselen een blik. Knikken. En gelijktijdig dalen de borden tussen het bestek neer. Weer die rust. Een paar tellen maar. En dan terug naar de wijntafel. We kennen de weg. Voelen de adrenaline tussen ons in. Laten het niet merken, maar denken: we did it again.

